28 januari 2019

Uitgelicht uit de Lichtkrant LEDlicht Nederland & DE NOOD, januari 2019

 

LED heeft een revolutie binnen de openbare verlichting op gang gebracht. Die gaat verder dan alleen het vervangen van lampen, zegt directeur Jan Wassink van LEDlicht Nederland. 


Nog niet zo lang geleden kenden straatlantaarns slechts twee standen: aan en uit. Het licht was oranjekleurig. Omdat de openbare ruimte als onveilig werd ervaren, is men later massaal overgestapt op wit licht. Dankzij LED is dat licht een stuk energiezuiniger geworden. Voor gemeenten een aantrekkelijk idee, want zo kunnen ze kosten besparen. Toch heeft LED–licht soms ook een schaduwzijde. Letterlijk. Het zorgt weliswaar voor helder licht onder de armaturen maar daaromheen kan het donker zijn, legt Jan Wassink van LEDlicht Nederland uit. ,,Vergeleken met de oude situatie, toen er strooilicht was, betekent dat de verkeersveiligheid en het gevoel van veiligheid fors achteruitgaat. Rekentechnisch lijkt het lichtniveau op straat in orde, maar in de praktijk valt dat tegen. En er wordt vaak niet actief op gecontroleerd.”

 

Overbodige LED-verlichting

Het vervangen van lampen door LED-licht is slechts een begin, vindt Wassink. Het gaat om het grotere geheel. Past de armatuur bij een bepaalde situatie of niet? Schijnt de straatverlichting bijvoorbeeld in slaapkamers van de bewoners, dan moet er iets gebeuren. 


"Goedkoop kan al gauw duurkoop zijn"


,,Vroeger was een armatuur niet meer dan een kegel met een kapje, die je niet kon richten. Dat laatste is nu wél mogelijk. Sommige gemeenten kiezen voor de goedkoopste oplossing. De bestaande armatuur krijgt LED-verlichting, die gedeeltelijk wordt afgedekt om lichtschijnsel in de slaapkamer te voorkomen. Er brandt dus licht dat eigenlijk niet mag branden, terwijl LED is bedoeld om energie te besparen. Dat is jammer. Het past niet bij een gemeente die graag een smart city wil zijn. Je kunt het vergelijken met elektrisch rijden op stroom die in een kolencentrale is opgewekt.”

 

Een ander aandachtspunt is soms het gezamenlijk inkopen door gemeenten. Zij denken zo geld te besparen, maar is dat ook zo? Goedkoop kan al gauw duurkoop zijn, denkt Wassink: ,,Je investeert dan in standaard straatverlichting die niet is toegesneden op de lokale situatie. De kans bestaat dat je teveel licht krijgt op plekken waar je juist weinig verlichting wilt hebben. En omgekeerd.”


"Meer vakkennis binnen het ambtelijk apparaat bespaart uiteindelijk geld"

 
Meer kennis
Wassink adviseert gemeenten hun eigen (technische) kennis te versterken. Dat maakt ze minder afhankelijk van externe partijen en voorkomt problemen. ,,Meer vakkennis binnen het ambtelijk apparaat bespaart uiteindelijk geld. Denk bijvoorbeeld aan het vervangen van verlichting in straatmeubilair. Het ziet er bij de oplevering vaak prachtig uit wat de architect heeft bedacht, maar de vraag is of het na verloop van tijd nog steeds functioneert. Je zou bij de keuze voor de openbare verlichting altijd goed moeten kijken naar de factor beheer en onderhoud. Dat scheelt uiteindelijk kosten.”

 

Arnhem kan erover meepraten. Daar kregen de roltrappen in het stationsgebouw verlichting, die al na een jaar of drie niet meer functioneerde. De lichtpanelen bleken niet demontabel. ,,Er was onvoldoende nagedacht over de simpele vraag hoe je bij de techniek komt. Het heeft veel geld gekost om dat te herstellen.” 

 

 

Terug naar overzicht

 

Neem contact op