De pomp van Thorn staat weer op de Wijngaard
Bijna een jaar lag de gietijzeren dorpspomp van Thorn in stukken. Op 12 augustus 2026 stond hij weer op zijn plek op de Wijngaard, compleet met een nieuwe koperen lantaarn. Het herstel gebeurde in de werkplaats van DE NOOD in Middelburg. De vier ornamenten onder de lantaarn zijn opnieuw gegoten, nu in brons.
Drie stukken
Op donderdag 22 augustus 2025 raakte een auto de pomp midden in het centrum van Thorn. De gietijzeren pomp brak in drie stukken en de lantaarnpaal die erop stond, kwam los. De bestuurder meldde zich bij de gemeente. Daardoor kon het herstel als verzekeringswerk worden opgepakt.

De pomp is geen willekeurig stuk straatmeubilair. Hij staat in het Rijksmonumentenregister onder nummer 35470, met de omschrijving “gietijzeren pomp met lantaarnpaal”, op adres Wijngaard 8. Museum Thorn omschreef hem na het ongeluk als meer dan een bron van water: een plek waar nieuws werd gedeeld, geroddeld, gelachen en geleefd.
Voor gemeente Maasgouw was daarmee direct duidelijk dat vervangen geen optie was. De pomp moest terug, en hij moest terug zoals hij was. De gemeente kwam uit bij DE NOOD in Middelburg, omdat herstel van gietwerk als dit specialistisch werk is.
Wat roest, drukt gietijzer kapot
De delen kwamen naar Middelburg. Smid Rinus Zuidweg nam ze onder handen. Beginnen doe je met kijken, zegt hij: wat kan blijven, wat kan worden opgelast of bijgemaakt, en wat is niet meer te redden. De natuurstenen voet zat vast aan een groot betonblok en kon behouden blijven.
De vier ornamenten onder de lantaarn waren er het slechtst aan toe. Rinus Zuidweg noemt ze de armsteunen. Het probleem zit in de manier waarop ze ooit zijn bevestigd:
“Vroeger werd dat van gietijzer gemaakt. Dan klonken ze er een paar doken op, en dan ging de steun erop en dan klonken ze het af. Maar dan gaat dat op een gegeven moment roesten en dan drukt dat natuurlijk het gietijzer kapot.”
Dat is het klassieke mechanisme bij gietijzer van deze leeftijd. De smeedijzeren doken waarmee de onderdelen zijn vastgeklonken zetten uit als ze roesten. Gietijzer is hard maar bros en geeft niet mee. Het scheurt. Er was in de loop van de tijd al het nodige lapwerk aan verricht.

Hoe oud de pomp precies is, weet niemand. Het Rijksmonumentenregister vermeldt geen datering. Rinus houdt het op ruim honderdvijftig jaar, misschien honderdzeventig.
Herstellen was daarom geen optie meer. Uit de restanten heeft Rinus één complete steun opgebouwd, en die diende als model:
“Zodoende heb ik van één zo’n steun een complete kunnen maken, en dan hebben we die laten gieten in brons. Dus vier stuks nieuw, in brons, en daar gebeurt natuurlijk nooit meer wat mee.”
Het gietwerk is uitgevoerd door de Brabantse Non-Ferro Gieterij in Etten-Leur. De keuze voor brons in plaats van gietijzer is een bewuste. Brons corrodeert niet op de manier waarop gietijzer en smeedijzer dat doen. Het probleem dat de originele steunen in anderhalve eeuw sloopte, keert daarmee niet terug.
De pomp is gestraald en opnieuw opgebouwd in verf: een laag primer, twee lagen grondverf en twee lagen lak, in de donkergroene tint waarin hij op de Wijngaard stond. “Die kan er weer wel een poosje tegenaan”, aldus Rinus.
Eén dag op de Wijngaard
Spie Infratechniek stond klaar met een vrachtwagen met kraan voor het plaatsen en de elektrische aansluiting. DE NOOD leverde de onderdelen op locatie en zette de pomp ter plekke in elkaar. Dat laatste is minder vanzelfsprekend dan het klinkt. Wie de pomp uit elkaar heeft gehaald en elk onderdeel heeft hersteld, weet als enige in welke volgorde en met welke speling alles weer samenkomt. Die kennis zit niet in een tekening.
Het straatwerk rond de pomp werd aansluitend netjes hersteld.

De richting van de uitloop
Eén vraag hield de ploeg langer bezig dan verwacht: welke kant moet de pomp op staan? Op oude documenten en historische foto’s staat de uitloop niet steeds dezelfde richting op. Dat betekent dat de pomp in de loop van de tijd is verplaatst of gedraaid. Bij monumentaal straatmeubilair is dat vaker het geval dan mensen denken. Een plein wordt heringericht, het verkeer verandert, en een object schuift mee.
De richting is op locatie in overleg met de gemeente vastgesteld, aan de hand van het beschikbare beeldmateriaal en de huidige inrichting van het plein. Het is een keuze die je verantwoord neemt, niet een die je gokt.
De lantaarn
Als laatste ging de lantaarn omhoog, vanuit de hoogwerker, met de torens van de abdijkerk op de achtergrond. Het is een armatuur van het model Alkmaar: zeskantig, in koper, met een snuiver op de kap, een gegoten bronzen pijnappel als bekroning en messing hoekornamenten. Hetzelfde model stond er ook voor het ongeluk.
Het koper is nu nog licht en blinkend. Over een paar maanden is het donker geworden en valt het armatuur niet meer op tussen het gietijzer eronder. Dat is precies de bedoeling.
Interessant detail voor de liefhebber: op een oude foto in het café aan het plein staat op de pomp een vierkant armatuur. Het straatbeeld van Thorn is dus, net als de richting van de uitloop, in de loop van de eeuw een paar keer veranderd.

Waarom het uitmaakt
Thorn dankt zijn naam als het witte stadje aan de gekalkte gevels rond de abdijkerk, op de plek waar vanaf de tiende eeuw een vrijwereldlijk stift lag waarvan de abdis de titel van vorstin droeg. In zo’n omgeving is elk object op straat onderdeel van het verhaal. Een pomp die er niet staat, valt daar harder op dan waar dan ook.
Tijdens de plaatsing kwamen inwoners en toeristen kijken. Sommigen hadden historische foto’s bij zich, anderen hadden meteen een mening over de richting van de uitloop. Dat is precies de reactie die je wilt zien. Een object dat mensen aangaat, is een object dat het waard is om te herstellen.
Gevraagd of hij trots is, houdt Rinus Zuidweg het bij de maat die bij het werk past:
“Als hij klaar is, dan ben ik tevreden. Het was wel een precies werkje. Het moest er precies passen.”

Meer weten
Heb je in jullie gemeente een historisch armatuur, een pomp of een ander gietijzeren object waarvan je je afvraagt of herstel nog haalbaar is? Neem dan contact op. We beoordelen het object, brengen in kaart wat herstelbaar is en wat opnieuw gegoten moet worden, en leveren een afweging met indicatieve kosten en een fasering.

